historie

Historie

DE GESCHIEDENIS VAN EEN BUITENHUIS
Rond 1895 begonnen de rector en paters van het klooster in Wittem zich af te vragen of een buitenhuis als ontspanningsoord voor de studenten zinvol en mogelijk zou zijn. Hier zouden de ze in de vakanties en op de vrije dagen even uit Wittem weg kunnen zijn om zich wat te ontspannen. Rector Deckers en de paters Erend en Mertens waren de grote promotoren van dit idee. Na de aanvankelijke aarzeling gaf provinciaal Meeuwissen toestemming nadat ook het generaal bestuur met uitzondering van pater Dubois zijn goedkeuring had gegeven. De financiën werden door de drie hierboven genoemde paters geregeld met behulp van verschillende huizen.

Kort daarop, rond de eeuw wisseling, ontstonden de eerste plannen voor het bouwen van een buitenverblijf. Aanvankelijk zeer aarzelend, want wat zouden de mensen wel zeggen, als ze zouden horen dat die arme paters zich zo’n luxe konden permitteren. Anderzijds moesten er toch ook ontspanningsmogelijkheden zijn voor de studenten, die gedurende hun hele opleidingsperiode – en die duurde zes jaar – niet naar huis mochten. Ook niet tijdens de vakanties. Tenslotte is de knoop toch doorgehakt en was de bouw van Landhuis Emmaüs een feit.

Aanvankelijk ging de gedachten uit naar een stuk grond tussen Wijlré en Gulpen. Uiteindelijk kon pater Deckers een perceel van ruim 85 are kopen in Bommerich voor de prijs van 1228,80 gulden. Op 16 juni 1904 werd met de bouw begonnen. Boeren haalden met hun wagens de bouwmaterialen op van station Wylré. Door de drassige weilanden rond Emmaüs zakten de wielen weg in de modder, ondanks de vier paarden die de wagen trokken. Het laatste stuk ging over de holle weg die achter het te bouwen landgoed uit kwam. Deze holle weg loopt nog steeds links van de latere directe toegangsweg. Als beloning kregen de boeren bier uit eigen kloosterbrouwerij te drinken.

Omdat het gebouw op een helling stond kon onder de fundamenten aan de hogere zijde berghokken gerealiseerd worden. De bovenzaal was aanvankelijk aan de vier zijden open en had een tegelvloer. Nadat twee jaar later deze zaal van glas was voorzien, maakte het de indruk van een grote serre. Nu kon ook ’s winters van de bovenzaal gebruikt worden gemaakt. Zomers konden enige ramen geopend worden en ’s winters zorgde een grote potkachel voor warmte. Verder werden een kegelbaan en een schietbaan aangelegd.

Eindelijk was het dan zover en kon het buitenhuis op 2 mei 1905 met enig ceremonieel ingewijd worden. Provinciaal Meeuwissen ging voor in de eucharistieviering. Ook de communiteit van Wittem was hierbij aanwezig alsmede de lectoren van het juvenaat. Pater Deckers bood een stichting aan, groot fl.240 waarvan ieder jaar een H Mis moest worden opgedragen. Ook zouden de verzekeringen tegen brand en inbraak daarvan betaald worden.

Dan komt de vraag: hoe en door wie is de naam “Emmaüs”gegeven? Over het tot stand komen van de naam hebben we niets kunnen vinden. De vondst is echter, met de nodige vrijheid, niet verwonderlijk in een bijbel-georiënteerd milieu. Het bijbelse Emmaüs (Luc 24,13) lag 60 stadien van Jerusalem (60 x 182 m is ongeveer10 km). Het landgoed echter was slechts 5 km van Wittem gelegen. Maar wie doet daar nu moeilijk over?

ACTIVITEITEN OP HET LANDHUIS
Al vanaf de eerste tijd gingen de studenten iedere donderdagmiddag na het middageten naar Emmaüs. In de zomertijd ook nog eenmaal per maand één volle dag naar Emmaüs, in de vakanties wat vaker. Het eten werd dan gebracht met behulp van een kar getrokken door een os. Later, toen men vaker de hele dag op Emmaüs bleef, werd een paars aangeschaft.

Ook cultuurliefhebbers konden hier al kort na de opening aan hun trekken komen. Want reeds in 1905 bezat Emmaüs een grammofoon. Gezeten in de bovenzaal, meestal met een boek in de hand, genoten deze studenten van de muziek in een tijd dat er nog geen sprake was van een radio in het klooster.